hoge noodrem
Buiten onze landgrenzen heeft een toestel van de KLM, charter 319 Amsterdam-New York, een noodlanding moeten maken op de uitgestrekte ijsvlakten van Groenland. Een wat verwarde man had namelijk aan de noodrem van het vliegtuig getrokken, omdat hij, naar zijn zeggen, maar geen toegang tot de toiletten aan boord had kunnen krijgen. ´Ze zijn steeds bezet door rokers´. Hoe hoog en laag de stewardessen ook sprongen om dit te ontkennen, de man wilde niet luisteren en had aan de rode handgreep getrokken. ´Ik kan moeilijk hier in het gangpad mijn plas gaan doen´, had hij gezegd. En ja, meteen na de noodlanding zette de man het op een lopen om uit het zicht van de andere passagiers zijn plas te gaan doen. Hij verdween achter een hoge ijsschots. Nog nauwelijks waren de passagiers en de bemanning bekomen van de schrik een noodlanding te moeten maken, of een tweede schrik benam hen voor een ogenblik elk redelijk denken. Want van achter de ijsschots hoorden zij een luide pets en een gesmoord schreeuwen. Vlak daarop zagen zij de man waggelend en met twee blauwe ogen terugwankelen naar het vliegtuig. Het bleek dat hij in zijn hoge nood een oude ijsbeer had gestoord die net aan zijn middagslaapje begonnen was.
´Zo wordt op kosmische schaal al snel elke rekening weer vereffend´, zei de filosofisch ingestelde gezagvoerder tegen zijn co-piloot. Met een lichte glimlach om zijn mond drukte hij de startknop weer in.
Telegraaf/Magazine voor filosofie en gezagsvoering